Jeugdbescherming

Als er in uw gezin ernstige problemen zijn die te maken hebben met de opvoeding en verzorging van uw kind, dan kan de kinderrechter besluiten om de Jeugdbescherming in te schakelen. Die moet de rechten van uw kind beschermen en ervoor zorgen dat de situatie verbetert. Jeugdbescherming is een afdeling van Bureau Jeugdzorg. Meestal ziet u als ouder zelf ook in dat er iets moet veranderen en vaak vragen ouders zelf om hulp.

Wilt u geen hulp, maar is de gezinssituatie een bedreiging voor de gezondheid, het welzijn of de veiligheid van uw kind, dan wordt de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld. Deze raad onderzoekt de situatie en geeft advies aan de kinderrechter. Die kan dan twee dingen doen:

1. Hij stelt uw kind onder toezicht van Bureau Jeugdzorg
Bureau Jeugdzorg stelt een medewerker aan om u en uw kind te begeleiden. Deze medewerker noemen we een gezinsvoogd. Deze gezinsvoogd ondersteunt en begeleidt u een tijdje bij de opvoeding en verzorging van uw kind. U blijft wel wettelijk verantwoordelijk voor uw kind.

Samen met de gezinsvoogd bekijken u en uw kind hoe de gezinssituatie verbeterd kan worden. Soms schakelt de gezinsvoogd daarvoor andere hulpverleners in. Alles over ondertoezichtstelling staat in de folder: Ondertoezichtstelling, informatie voor ouders/opvoeders.

2. Hij legt een voogdijmaatregel op
Dit betekent dat een andere volwassene wettelijk verantwoordelijk wordt voor uw kind. Die andere persoon noemen we een voogd. Dit kan bijvoorbeeld een familielid zijn, of een goede bekende van de familie. Een voogd is niet hetzelfde als een gezinsvoogd, zoals bij een ondertoezichtstelling.

De kinderrechter kan ook besluiten dat Bureau Jeugdzorg de voogd wordt van uw kind. Bureau Jeugdzorg stelt een medewerker aan om u en uw kind te begeleiden. Die persoon is dan verantwoordelijk voor zijn opvoeding, verzorging en ontwikkeling. Hij voedt uw kind niet zelf op, maar hij zorgt ervoor dat andere mensen dat doen. Bijvoorbeeld familie, pleegouders of een leefgroep.

Het overdragen van de voogdij gebeurt alleen als de ouders zijn ontheven van of ontzet uit het ouderlijk gezag, als de ouders onvindbaar of onbereikbaar zijn of als beide ouders zijn overleden.