Eindoordeel Inspectie Jeugdzorg naar aanleiding dood Yassin M.

De Inspectie Jeugdzorg heeft op donderdag 26 januari 2012 haar eindoordeel gepubliceerd over de kwaliteit van zorg die geleverd is aan Yassin M. Yassin stond onder toezicht van Bureau Jeugdzorg Haaglanden. 'De dood van Yassin is verschrikkelijk en heeft grote impact gehad op onze organisatie. Er was voor ons geen enkele aanleiding om te vermoeden dat dit kon gebeuren', stelt Hans Beelen, directeur Jeugzorg Haaglanden. 'Wij hadden geen signalen dat de moeder van Yassin gewelddadig was. Sterker nog, zij ging erg liefdevol met haar kind om.'

Verbeterpunten

In het oordeel van de Inspectie wordt gesteld dat de informatie-uitwisseling binnen Bureau Jeugdzorg Haaglanden en tussen de verschillende hulpverlenende instanties onvoldoende was. 'Deze verbeterpunten hebben wij aangepakt. Er is een verbeterplan opgesteld en de Inspectie heeft de implementatie hiervan na een half jaar gecontroleerd. Blijft staan, dat het drama niet had kunnen worden voorkomen, omdat er geen signalen waren dat moeder tot deze daad zou overgaan. De beslissingen die toen zijn genomen, zouden we zelfs met de kennis van nu ook weer nemen.'

Contact

Bij uithuisplaatsingen kijkt Bureau Jeugdzorg altijd of en op welke wijze er contact mogelijk is tussen ouder en kind, omdat dit voor het kind heel belangrijk is. 'In dit geval werd langzaam toegewerkt naar een herstel van het contact tussen moeder en Yassin. Eerst heeft Yassin zijn moeder twaalf keer onder begeleiding gezien. Dat ging goed. Vervolgens is besloten dat de moeder twee uur alleen mocht zijn met haar kind. Het eerste samenzijn verliep naar tevredenheid. Dat het tweede bezoek zo zou verlopen kwam voor ons als een enorme schok.'

Informatie

De Inspectie Jeugdzorg wijst er in haar brief op dat er fouten zijn gemaakt bij de overdracht rond de aanvraag voor een verderstrekkende maatregel. 'Zo'n aanvraag heeft vooral te maken met administratieve zaken zoals de keuze voor een school', licht Beelen toe. 'Dit staat helemaal los van een bezoekregeling.' Daarnaast wijst de Inspectie erop dat onvoldoende concrete informatie is uitgewisseld tussen de verschillende hulpverleners die betrokken waren bij moeder en zoon. 'Dit heeft vooral betrekking op het medisch beroepsgeheim dat het voor de GGZ onmogelijk maakt informatie te geven. Maar dat is een discussie die op een ander (politiek) niveau gevoerd moet worden.'

Heeft u vragen naar aanleiding van dit bericht, dan kunt u contact opnemen met de afdeling communicatie.